De zware trommels zijn bijna hoorbaar aan het begin van het Requiem van Jean Gilles (1668-1705), gevolgd door het slepende, gepunteerde ritme en de bekende melodie. Aan dit beroemde requiem – uitgevoerd door Praetorius in de februari-concertreeks ‘Requiem’ –  is een krasse ontstaansgeschiedenis verbonden. Gilles kreeg de opdracht voor het werk van twee jeugdvrienden, die ongeveer tegelijkertijd hun vaders verloren. Ter nagedachtenis wilden ze een grootse herinneringsdienst en gaven Gilles, de muziekmeester van de Saint Etienne in Toulouse de opdracht. Hij mocht er een half jaar aan werken. Maar de twee vrienden bleven uiteindelijk in gebreke met de betaling, waarop Gilles zijn werk terugtrok onder de uitroep: ‘Speel het dan maar op mijn eigen begrafenis’.

Wat dus gebeurde in 1705, bij zijn voortijdige dood.

Maar bij die uitvoering bleef het niet. Het werk groeide uit tot dé dodenmis van het Ancien Régime in Frankrijk. De muziek klonk op de begrafenissen van de componisten Campra, Royer en Rameau, en die van Lodewijk de Vijftiende in 1774 en de Poolse koning Stanislas Leczinski in1766. Gilles’ Requiem wordt beschouwd als een van de mooiste requiem-missen ooit. Het originele manuscript in verloren gegaan, maar het werk was in zijn tijd al vele malen gekopieerd en later ook bewerkt door andere componisten.

Praetorius brengt dit elegante en emotionele werk, dat zelfs vrolijke dansritmes bevat, in een bewerking voor blokfluiten.

 

componisten Requiem

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.