Loftuiting en Treurzang

Een portret van Johannes Ockeghem: componist, raadsman, zanger en leermeester

Chigi Codex met het Kyrie van Ockeghem's Missa Ecce ancilla Domini. Toen Johannes Ockeghem in 1497 zijn laatste adem uitblies, namen diverse bewonderaars van de componist de pen ter hand om treurzangen te schrijven. Een groot componist en een groot mens was heengegaan zo lieten collega’s en vrienden van formaat ons in geschrift en muziek weten. Onder hen ondermeer Josquin Desprez en Erasmus van Rotterdam. Josquins treurzang “Nymphes des Bois” behoort tot de muzikale parels die de Renaissance heeft voortgebracht. Muziek van zulke schoonheid moet wel geschreven zijn ter nagedachtenis aan een heel bijzonder mens, en de tekst van Erasmus onderschrijft dit dan ook volmondig.

“Nymphes des Bois” vormt de bekroning van een programma dat tevens opent met een treurzang. Dit “Deploration d’Binchois” is van Ockeghem zelf en is een klaagzang geschreven na het overlijden van vriend en collega Gilles Binchois. Tussen de piketpalen die de twee treurzangen vormen, wordt in dit programma het beeld opgebouwd van een vrije geest en eigenzinnig man. Een man die wiskundige principes en muzikale vormen op een even geniale als persoonlijke manier liet samenvloeien (en zich daarin een ware voorvader van Johann Sebastian Bach toont).

Natuurlijk vormen de composities van Ockeghem de ankerpunten in “Loftuiting en Treurzang”. Die ankerpunten zijn een selectie uit zijn chansons en motetten en delen uit één van zijn missen, uitgevoerd door een consort Renaissanceblokfluiten en zangers. De lof van de tijdgenoten van Ockeghem zal ook de luisteraar van nu volmondig onderschrijven.


Terug naar Programma's.