Joop Stolk

Joop Stolk maakte de schilderijen voor het programma De vier Elementen, en het decor voor het programma La Spagna.



JOOP STOLK

DE SACRALE SFEER VAN OVERWELDIGEND LICHT

Joop Stolk (1941) is er alles aan gelegen de ziener van zijn werk ruimte te laten voor eigen interpretatie. Hij geeft dan ook niet gemakkelijk bloot wat zijn werk voor hemzelf betekent. Dat hoeft ook niet; een schilderij van Stolk overweldigt doorgaans vanaf het eerste moment.
Bij Stolk is het alles of niets. Zo overkwam het ondergetekende bij binnenkomst van huize Stolk voor dit interview dat hij plat ging voor het schilderij dat daar hing: Springtime, Dreamtime. Voor hem knalde een lichtexplosie van de muur die genadeloos de duistere krochten van de ziel schoonspoelt. Letterlijk tot tranen toe bewoog het hem. Nog geen etmaal later was het doek van muur verwisseld.
Daar moest overigens een andere 'Stolk' van wand voor verhuizen: een schilderij waarmee de kunstenaar uit de aarde (nee: niet de hemel!) spuitend engelenlicht het inktzwarte memento mori van de godsdienst te lijf laat gaat. Want hoe zwaarmoedig, zo niet zwartgallig Stolk in zijn werk (nooit als persoon, want blijmoedig en levenskrachtig) bij tijd en wijle ook kan zijn, hoe weinig hoop er bij instortende werelden soms ook rest, als zodanig gloort die hoop ten minste altijd.
Bij een kunstenaar als Stolk is het ook voor de beschouwer moeilijk onder woorden te brengen wat Stolk, maar ook wat hemzelf als 'deelnemer' beweegt. Het begint misschien bij de bewondering voor de integriteit van maker én werk. Nooit zal Stolk een gelegenheidswerkje maken, nooit een concessie doen aan wat de goede smaak van het moment vereist.
Uit schaarse uitlatingen van Stolk weten we dat het proces om te komen tot 'vorm-, kleur-, textuur- en inhoudelijke taal' van het beeld hem bloed, zweet en tranen kost. Stolk neemt eerst 'dingen' waar. Als die een emotie teweeg brengen, gaat hij ermee aan de gang. Wat zijn die dingen?
Het begon simpel. Zoals een kunstenaar betaamt, maakte hij een buitenlandse werkreis. Kreta. "Om de academie van me af te schilderen. Naar de realiteit schilderde ik. Niet direct, maar indirect. Ik keek, sloeg het op, schilderde. Mensen, landschappen."
Stolk had de wereld niet nodig. Na nog wat studiereizen en vijf jaar Amsterdam is hij sinds 1973 de Staalstraat in Utrecht bij wijze van spreken nooit meer uitgekomen. Hij legt zich toe op studie van de Gulden Snede, zoekt de klassieke houdingen in afbeeldingen van zijn model Evert. Met gebruik van fotografie, en daarin weglating van delen óf dankzij weerspiegelingseffecten, wilde hij 'de werkelijkheid een hak zetten, en later het bizarre van de werkelijkheid tonen.'
Zo vroeg eens een belangstellende, oude boer toen hij een werk van Stolk zag: 'Waarom hangt dat schilderij op z'n kop?' Nadat de man was uitgelegd dat hij niet de 'afgebeelde' persoon zag (want die staat niet op het schilderij) maar de weerspiegeling ervan ondersteboven in water, kon hij aanvaarden wat hij niet had gezien maar wel wilde.
Wat Stolk met dit tweeluik (zonder titel, zoals meestal) lijkt te zeggen, is dat de werkelijkheid pas een kans krijgt als de schijn van werkelijkheid is leeggedroogd. De eerste zeefdruk begint met een strandje van niets, en de beschouwer is allang blij dat er (spiegel)beeld ontstaat. In de tweede laat Stolk dat genadeloos verdwijnen onder de wielen van een bulldozer. Het landschap is desolater dan het was. Maar pas daar is er de verwachting, de hoop voor de gespiegelde mens: je dacht dat je er was, je was er niet, kom maar tevoorschijn, maak er maar wat van: je eigen werkelijkheid bijvoorbeeld.
Steeds verder op zoek gaat Joop Stolk in de mogelijkheden om de bizarre werkelijkheid vorm te geven. Daarbij tekent hij aan dat de beleving van de inhoud in zijn werk, zowel voor hemzelf als voor de beschouwer, belangrijker is dan de klassieke eenheid van vorm en inhoud en het evenwicht tussen die twee. "Daarom spreekt Goya me ook zo aan."
Stolk dringt aldus dieper door in de gelaagdheden van de werkelijkheid, en brengt dat in beeld. Ook letterlijk, door foto's in lagen over elkaar heen te leggen en daardoorheen te branden. Hij gebruikt veelvuldig de voor hem objectiverende zeefdruktechniek: 'om het handschriftelijke uit mijn werk uit te bannen'.
Waarom is hij daarmee zo bezig? "Eerst betwijfelde ik of het objectieve bestond, bestaat. Eigenlijk wist ik wel dat het niet bestaat. Dát wil ik overdragen. Misschien ontstaat de werkelijkheid pas als je de zichtbare werkelijkheid weglaat. Daar heb ik in elk geval mee zitten stoeien."
In 1980 gaat Stolk 'ineens' weer schilderen. Paradoxaal genoeg met dezelfde reden waarom hij was gaan zeefdrukken: "In het voorbereiden van de zeefdruk was teveel handschriftelijks gekomen. Ik ervoer dat de directe vorm van het schilderen ertoe leidde dat de handeling het beeld zelf was. De zeefdruk werd overbodig, een sta-in-de-weg."
Schilderstaal. Wat is dat handschriftelijke? "Direct met de hand een beeld laten ontstaan." En wat wil hij daarmee uiten? "Dat de concrete voorstelling steeds minder van belang werd; mijn beelden werden abstracter. Nee: fundamenteler. Het uiterlijk is eraf gepeld. In die periode noemde iemand mijn werk implosief. Wat ik nu laat zien is energie, het schilderen zelf in het geschilderde."
En dan komt de figuratie terug. "Klopt; omdat ik de spanning zoek tussen figuratie en het abstracte. Ik wil de magie van de geschilderde plek laten zien, de rol van het licht die een geheimzinnige, soms sacrale sfeer oproept."
"Daarmee wil ik ook gezegd hebben dat de Beeldenstorm het beeldbewustzijn kapot heeft gemaakt, waardoor onze cultuur er een van abstracties is geworden. Dat kun je het protestantisme dan verwijten: die heeft het kind met het badwater weggegooid. Maar je moet tegelijkertijd vaststellen dat het kwam doordat het katholicisme een cliché is geworden van dat beeldbewustzijn. Dát moet dus terug.

Voor het eerst in zijn leven heeft Joop Stolk een opdracht aanvaard die je, lichtvaardig, als gelegenheidswerk zou kunnen bestempelen. Het is het machtig drieluik dat naast muziek en dans een hoofdrol speelt in La Spagna, het 'eenvoudige melodietje' waarvoor u vanavond hierheen gekomen bent. Hij zal toch geen u-vraagt-en-wij-schilderen-kunstenaar aan 't worden zijn?
Allerminst. Het is eerder andersom. Bij een vorig project van Praetorius, De vier elementen, heeft het ensemble bestaande werken van Joop Stolk gebruikt als decor. Praetorius streeft sindsdien naar een productie waarbij geen van de deelnemende disciplines dominant is : muziek, dans en beeldende kunst gelijkwaardig.
La Spagna is een verdere stap op die weg. Het drieluik van Stolk is niet alleen decor, het beeld maakt zich ook, letterlijk, los van het doek en treedt driedimensionaal naar voren. Daar zal het als het ware gaan meedansen in de choreografie, op de muziek van La Spagna, in onderlinge inspiratie.
Stolk is dus geen decorschilder geworden. "Het is heel raar gegaan. In eerste gesprekken raakte ik al gruwelijk enthousiast, maar ik had nog heel obligate beelden. Ineens voelde, zag ik het verband: La Spagna, Spanje, Goya. Ik vond een kleine ets van Goya, Disparate Conocido, een welbekende dwaasheid, uit de jaren 1808-1810. Er is weinig over bekend, de critici weten er niet goed raad mee."
De insteek om deze ets te kiezen is de irreële angst die Stolk in het werk verbeeld zag. Twee dominante figuren, mogelijk kerk en leger, houden het volk op een onmiskenbare Spaanse hoogvlakte in hun ban. Alleen de jongen in het wit reageert direct-angstig, de rest is overwegend gelaten. Er heerst een angstwekkende sfeer, maar waardoor? Is het het kerkelijke en het militaristische als zodanig? In elk geval refereren de beelden aan de arrogantie van de macht, zoals de blokfluitklanken in gewijde én strijdbare legermuziek dat minstens onderstrepen.
In deze configuratie doet Stolks interpretatie niet onder voor het oorspronkelijke werk van Goya. Maar die opmerking zal u niet meer verbazen uit de pen van een _ overigens niet daartoe gepatenteerd _ iemand die in Stolk als meester van het licht de Rembrandt van de twintigste en eenentwintigste eeuw ziet.
MAURITS SCHMIDT