Het verdriet van de 'Vorst der Muziek'

Over de componist van de Lagrime di San Pietro

Orlando di Lasso, ook wel Orlande de Lassus (1532—1594) , heeft zijn Lagrime nooit kunnen horen, hij stierf kort na de voltooiing ervan. Het werk wordt wel gezien als zijn zwanenzang. In zijn laatste dagen leed Di Lasso aan waanvoorstellingen en zwaarmoedigheid. Ook werden hij en zijn vrouw geplaagd door geldzorgen, ondanks zijn succesvolle muzikale loopbaan. De intens beleefde en verklankte droefheid van Petrus lijkt direct uit het hart van Lassus te komen. In zijn inleiding voor de Lagrime di San Pietro schreef Lassus : 'Voor mijn uitzonderlijke devotie nu ik in de winter van mijn leven ben'.

Di Lasso werd in 1556 aangesteld als zanger aan het hof van Albrecht V van Beieren in München. In 1563 promoveerde hij er tot kapelmeester. Hij stond aan het hoofd van een ensemble dat optochten, toernooien, jachtpartijen, kerkdiensten en andere feestelijkheden diende op te luisteren. In opdracht van de hertog reisde hij ook vaak naar belangrijke gebeurtenissen, zoals de kroning van de Aartshertog Maximiliaan als koning van Bohemen. Hij was ook vaak in Italië, waar hij de Italianen erop wees dat goede muziek in de Italiaanse stijl ook uit het verre Noorden kon komen. Hij was Belg van geboorte en werkte voor zijn aanstelling in München in België, Parijs, Sicilië en Rome.

Lassus geniet alom bewondering van zijn tijdgenoten. Hij krijgt bijnamen als 'Princeps musicorum' (Vorst der Muziek) en 'De Belgische Orpheus'. In 1574 wordt hij door paus Gregorius XIII tot ridder geslagen in de orde van de Gouden Spoor, een eer die musici maar zelden ten deel viel. Aanbiedingen van andere vorsten om bij hen in dienst te treden slaat Lassus consequent af, hij heeft het naar zijn zin in Beieren. Zijn laatste compositie, het langste werk dat hij ooit schreef, draagt hij op aan paus Clemens VIII.


Terug naar Homepage Praetorius.