Fandango

Een cancionero Aan het begin van de Renaissance hadden noordelijke (Frans-Vlaamse en Nederlandse) componisten, zoals Johannes Ockeghem, Heinrich Isaac, Josquin des Prez en Adriaan Willaert, een zwaar stempel gedrukt op de gehele West-Europese muziekcultuur en componeerstijl. Dit was mogelijk doordat zij in dienst kwamen bij zowel de Italiaanse hoven, de koning van Frankrijk, Castilië en Aragón, de paus in Rome en de keizer van het Heilige Roomse Rijk, die met zijn hof door zijn rijk (Duitsland, Oostenrijk en later Spanje) rondreisde. Als reactie hierop werden in de late Renaissance, vanaf 1520, in ieder land nationale muzikale karaktertrekken in de muziek opgenomen en ontstonden nationale stijlen. In de wereldlijke muziek werd die verandering het eerst merkbaar. In het programma “Sprankelend Spaans” wordt de aandacht speciaal gericht op muziek van Spaanse componisten uit die overgangsperiode van de late Renaissance.

Veel instrumentale muziek was in die tijd ook dansmuziek of daarop geïnspireerd. De melodie van de ‘Alta Danza’ van Francisco de la Torre (ca. 1483 – 1504) is een variatie op een populaire hofdans, de basse danse, van rond 1500. De compositie van de ‘Alta Danza’ is eenvoudig opgebouwd met de rijk versierde melodie in de bovenstem en twee harmonisch begeleidende stemmen.

Een zeer typisch genre in de late Spaanse Renaissance is dat van de villancico. Dit is een kort strofisch liedtype met coupletten (copla’s) en refreinen (estribillos), waarin de bovenste stem de belangrijkste melodie heeft. Het bekende lied ‘Ma Julieta, Dama’ (15e eeuw, componist anoniem) is een voorbeeld van een villancico.

Veel Spaanse composities uit de periode 1474-1516, waaronder de ‘Alta Danza’ en ‘Ma Julieta, Dama’, zijn bewaard gebleven in de Cancionero de Palacio, een muziekbundel die ontstaan is aan het katholieke Spaanse hof. Daarin zitten ook veel bijdragen van Juan del Encina (1469-1533). ‘Triste España sin ventura’, een klaaglied over de dood van koningin Isabella’s zoon, en ‘Una sañosa porfía’ zijn villancicos van zijn hand.

Spaanse componisten waren ook meesters in het genre van de variaties, en vooral de naam van Antonio de Cabezón (1510 - 1566) is in dit verband belangrijk. Van hem staan twee Diferencias (Spaans voor variaties) op het programma. De eerste, ‘Pauana Italiana’ is opnieuw geïnspireerd op dansmuziek. De tweede, ‘Differencías sobre el canto Ilano del Cauallero’, bestaat uit een van stem naar stem doorgegeven melodie en drie contrapuntische tegenstemmen.

Van Francisco Guerrero (1528-1599) wordt zesstemmige instrumentale muziek gespeeld die variaties zijn op bekende melodieën uit zijn tijd, waaronder enkele psalm-melodieën, maar die bedoeld zijn als wereldlijke, instrumentale muziek.

Ter contrast en omkadering van al deze Spaanse Renaissance werken zullen in dit concert nog twee virtuoze stukken uit geheel andere tijdsperioden ten gehore gebracht worden. Om te beginnen de estampie ‘Tre Fontane’ (Drie Fonteinen), een monofoon middeleeuws instrumentaal stuk, oorspronkelijk afgeleid van een middeleeuwse dans. En tot slot de barokke Fandango van Padre Antonio Solèr (1729 - 1783), een verzameling fandango (een type flamenco-dans) variaties voor klavecimbel, bewerkt voor blokfluitensemble.




Terug naar Programma's.